Boeken

De kapster

‘Ik zag dat je aan het lezen was. Wat lees je?’
Ik kijk naar de e-reader die uit mijn tas steekt. Gelukkig is de kaft niet zichtbaar.
‘Een roman,’ zeg ik neutraal.

Mijn haar moet nodig geknipt, maar ik ga niet graag naar de kapper. Er werken een stuk of tien meiden die ik nooit uit elkaar kan houden. Jonge meiden met te veel make-up, hun haar elke keer in een andere kleur en hun gespreksstof altijd hetzelfde: het weer en de snelheid waarmee hun kleine kinderen witte kleding vies maken. Ik heb werkelijk niets met hen gemeen. Ik draag zelden make-up, mijn haar is niet geverfd en ik heb mijn kinderen nog nooit iets wits aangetrokken. Mijn uiterlijk of dat van mijn kinderen is niet mijn hobby. Nee, mijn hobby is lezen.

Ik lees graag en veel. Nu geef ik toe: hoe drukker mijn werk, hoe luchtiger mijn leesvoer, wat er op neer komt dat ik de laatste tijd voornamelijk romantische tussendoortjes lees. Voor literatuur, klassiekers of de nieuwste van Jan Siebelink heb ik aan het eind van de dag simpelweg geen energie meer. Dat betekent overigens niet dat ik flutromannetjes lees. Ik verwacht veel van de boeken die ik lees. Ze moeten goed geschreven zijn, het verhaal moet origineel zijn (behalve het einde, dat heb ik graag voorspelbaar) en de personages moeten kloppen qua psychologie (niet eerst zeggen dat je een huismus bent, om vervolgens elke avond de hort op te gaan). Geen bouquet-reeks dus, maar wel feelgood.

Het gezicht van de kapster licht op. ‘Feelgood? Vertel! Ik doe niets anders dan lezen!’
Ik glimlach. ‘Ken je Colleen Hoover? Dit boek, Onvoorwaardelijk, lees ik nu voor de tweede keer.’
Ze pakt een schaar en schudt haar hoofd. ‘Ken ik niet. Zelf ben ik helemaal gek op Jodi Ellen Malpas. Mijn man is mijn favoriet. Het eerste boek in dit genre wat ik las en ik was meteen verkocht.’
Ik knik enthousiast, terwijl zij de dode puntjes uit mijn haar knipt. ‘Dat had ik met Colleen Hoover. Cora Cormack vind ik trouwens ook heel goed. En heb je al ‘ns iets van Marijke Vos gelezen?’
‘Weet je op welke website je moet kijken? Daar ga ik altijd heen om inspiratie op te doen. ChickLit.nl!’
Ik moet lachen. Zal ik het vertellen? Of ben ik dan aan een opschepper? Voorzichtig zeg ik: ‘Ik ben de bedenker van ChickLit.nl. Toen ik geen website kon vinden over dit soort boeken, heb ik er zelf maar een gemaakt.’
‘Wat?!’ De kapster kijkt me aan alsof ze water ziet branden. ‘Vertel me alles!’
En omdat zij een schaar in haar handen heeft en ik zonder bril niet goed zie wat ze doet, doe ik wat ze zegt.

Een half uur later zijn mijn haren geföhnd, hebben we nummers uitgewisseld en heb ik Mijn man online besteld. Ik huppel naar huis. Vanaf nu betekent naar de kapper gaan niet meer dat ik ongemakkelijke gesprekjes hoef te voeren over het weer, maar dat ik een half uur lang boekentips mag uitwisselen met iemand die me begrijpt.
Wat kan ik doen om maar haar sneller te laten groeien?